Geschiedenis van de Gilde
Onder het beschermheerschap van Z.M. de Koning. Aangezien de uitvinding van de kruisboog niet precies te dateren is, kunnen wij niet zeggen wanneer de schuttersgilde van Sint-Joris opgericht werd. Historici plaatsen het ontstaan ervan in de 12de eeuw. De broeders van Sint-Joris van Kortrijk zouden graaf Robert vergezeld hebben op Kruistocht als lijfwachters en zouden hun vlaggen gehesen hebben op de muren van Jeruzalem. Ze droegen een kruisboog. Dit was in die tijd een vreselijk wapen dat men met de voet moest opspannen. Het werd dan ook vaak voetboog genoemd. Gezien dit wapen zwaar was , had men de hulp van een dienaar nodig om die boog op de schouder te hijsen. De pijl ontwikkelde een enorme kracht bij het ontspannen zodat hij de beste harnassen kon doorboren.
De schutters hadden een oefenveld aan de Broelkant langs de Leie. Vóór 1340 had de gilde een kapel op de hoek van de Doorniksestraat en de Lange Steenstraat ( straat die naar het Steen / het kasteel leidde).Deze werd afgebroken in 1795. Het hotel Saint-Georges ernaast bood overnachting aan arme pelgrims en zieke broeders. Begin 1810, gedurende de Franse bezetting, werd een schietstand opgericht op het Plein. Het gemeentebestuur verbood deze schietstand omdat hij een gevaar betekende voor de plaatselijke bevolking. Toen kochten de schutters van Saint-Georges een stuk grond net buiten de stad, aan de Doorniksepoort, om er een schietstand op te richten. En ze bouwden er een paviljoen, ons huidig clubhuis. In het Gulden Boek van de Saint-Georges vindt men vele betuigingen van sympathie vanwege onze vorsten. De graaf van Vlaanderen, Lodewijk I, genaamd de Crécy heeft in 1323 de charter van onze gilde hernieuwd. De aartshertogen Albrecht en Isabella bevestigden onze privileges in 1608. Ook vinden we er de handtekeningen van de Prins van Oranje en van koning Leopold I. Vandaag staat onze gilde onder koninklijke bescherming.
In de loop van de 19de eeuw veranderde onze gilde. Onze leden zijn geen kruisboogschutters meer, maar tennissers, hockeyers en bridgespelers. In het paviljoen worden tal van voordrachten en feesten georganiseerd door en voor de leden.
De afdeling Tennis
De afdeling Tennis van de “Gilde van de Edele Ridder van Saint-Georges” werd opgericht in de lente van 1882 door 22 spelers, 21 Engelsen en één Belg, Richard Buysschaert overgrootvader van de huidige “deken” Philippe Buysschaert. De club heette in die tijd «The Courtrai Lawn Tennis Club» en volgde de Engelse spelregels. Het was de eerste Belgische tennisclub.
- Het comité was in handen van de Engelsen.
- Er waren 2 grasvelden met verplaatsbare netten.
- Het eerste lidgeld bedroeg 25 BF. (0,62 €).
- De kinderen mochten de velden op enkel als deze niet gereserveerd waren door volwassenen.
- In 1902, op verzoek van de Belgische leden, vroeg Robert Gillon, de latere Senaatsvoorzitter, om ook op zondag te mogen spelen. Dit werd pas in 1905 toegestaan.
- Het eerste tornooi werd intern georganiseerd in 1899. De zilveren beker werd voor de eerste keer uitgereikt door de heer Adolphe Du Vivier in 1902. Dit kampioenschap werd sindsdien elk jaar opnieuw georganiseerd met uitzondering van de oorlogsjaren 1914-1918, 1940-1945..
- In 1919 kreeg de club de naam Saint-Georges Tennis Club. Men speelde er op twee betonnen velden.
- In 1932 werden drie gravelvelden aangelegd. .
- De huidige kleedkamers werden gebouwd in 1947.
- Het vierde veld kwam er in 1948.
- De Cappelle beker, het grote jaarlijkse “open” tornooi van de club, vond voor het eerst plaats in 1947.
- In oktober 1964 werd de tennishal gebouwd.
- In 1985 kreeg de sectie twee bijkomende velden in kunstgras, die dan in 1990 tot gravel velden werden verbouwd.
- In 1992 kreeg het de naam Koninklijke T.C. Saint-Georges en organiseerde men een groots toernooi voor het 110 jarig bestaan van de tennisclub.
- In 1997 werden de velden voorzien van een automatische besproeiing. In 2007, ter gelegenheid van de 125e verjaardag van de tennisclub, werd verlichting langsheen de velden 1-2-3 aangebracht.
Vandaag telt de K.T.C. St-Georges ongeveer 200 leden.
De afdeling Hockey
De Saint-Georges Hockey Club is ontstaan in 1933 onder de naam C.H.A. (Courtrai Hockey Association) met Antoine Van Branteghem als voorzitter. In 1934 nam C.H.A. voor het eerst deel aan het kampioenschap op het veld van Bancour ( Banque de Courtrai) , Gentsesteenweg, daarna op een veld van Tennis «Excelsior» in de Pyckestraat.
Van 1938 tot 1940 werd er niet gespeeld, de meeste leden moesten hun vaderland dienen. In september 1940, namen enkelen hun stick terug op en organiseerden ze vriendschappelijke wedstrijden met Scaldis en Racing, twee clubs van Doornik. Ze mochten op het reserveveld van Kortrijk Sport spelen op voorwaarde dat ze die zelf onderhielden. En zo gingen ze allen met hun eigen handgrasmaaier de zaterdagnamiddag het veld afrijden om er nadien op te spelen. In 1944, na de bevrijding, fusioneerde CHA met H.C.C. (Hockey Club de Courtrai, een damesclub gesticht in 1932). Aanvankelijk speelden ze op het Piroen. Enige tijd later, kreeg het comité van CHA, waaronder Roger De Poortere, Auguste Tack, Guy Van Lerberghe alsook André Van Lerberghe, de toenmalige deken van St-Georges , de kans een eigen veld aan te leggen op het terrein van de Koniklijke Gilde Saint-Georges. Daarvoor moesten ze eerst de vijver droogleggen, wat ze deden met puin afkomstig van de bombardementen van Kortrijk. In 1946, nam CHA. de naam Saint-Georges Hockey Club.
We speelden een aantal jaren in 1ste afdeling gespeeld: in1948-1949 en 1949-1950, dan in 1966-1967 en 1967-1968, en dan in 1972- 1973 en 1974-1975. Het jaar 1984 is een niet te vergeten jaar geworden: 50 jaar hockey te Kortrijk en de bouw van een van het eerste kunstgrasveld van België. Begin oktober 1992 wordt een 8 jaar oude droom werkelijkheid: het veld krijgt verlichting wat toelaat ‘s avonds te trainen. Augustus 2000 :vernieuwing van het kunstgras na 16jaar door een semi- zandveld, het eerste veld van dit type in West- Europa. Vandaag telt de Koninklijke St-Georges HC meer dan 300 spelende leden.
De afdeling Bridge
De bridgeclub werd opgericht in de jaren 60 en telt vandaag ongeveer 140 actieve leden. Men kan er lessen volgen, competitiespelen onder vorm van clubkampioenschap, interclubs, fiets-bridge rallies, de Valentijnbridge , table-up, ontmoetingen met andere clubs (entente Tournaisienne, amicale Flanders Witte Beer,.…).


